Tour de France: Pyreneeën hebben wel veel van Het Hogeland

Pyreneeën –  Vijf jaar geleden stond wielrenfan Cees van de Meent met vrienden Ben van de Schuur en Jur Smit, tijdens de Tour de France,  bijna een week op de Alpe du Huez. ‘De mooiste sportbeleving van mijn leven,’ zegt voetbaltrainer van UFC Noordpool Jur Smit sinds die tijd. Cees schreef op de hoge bult in de Franse Alpen stukjes op zijn Facebookpagina die door velen gelezen en gewaardeerd werden.

Thuis in Nederland bleken de artikeltjes veel breder gelezen te worden dan alleen Facebookvrienden en Cees werd een aantal keren gevraagd om columns te gaan schrijven. Nieuws.nl belde of hij er iets voor voelde om een nieuwssite te beheren. Dat was het begin van WinsumNieuws, dat inmiddels bijna 4900 likers heeft en per dag duizenden keren wordt gelezen.
WinsumNieuws werd uitgebreid met De MarneNieuws en die twee sites zullen binnenkort overgaan in HogelandNieuws, waar ook het nieuws van de gemeentes Bedum en Eemsmond wordt gevolgd.
Van de Franse Alpen naar WinsumNieuws naar HogelandNieuws, daar moest iets mee gedaan worden en dus trok Cees met vriend Jur Smit naar de hoge hoogsten van Europa: de Pyreneeën. Terug naar de Tour de France, terug naar waar het allemaal begon.
Dinsdagochtend, 23 juli om 03.00 uur départ. Krentenbollen, voldoende drankjes, tent, foto- en videocamera mee en voet op het gaspedaal. Om 19.00 uur arrivé in Lourdes. Te laat om de finish van die dag mee te maken, maar ruim op tijd om het rennershotel van Sunweb op te zoeken. De renners kwamen laat, te laat, aan, maar even met de begeleiding praten bracht de stemming er al goed in.
Donderdag naar de etappe Trie sur Baïse – Pau, een vlakke etappe stond er in het grote Tourboek, maar eerst tijd om Het Hogeland van de Pyreneeën te verkennen.
De Pyreneeën en Het Hogeland hebben best veel overeenkomsten: akkerbouw, veeteelt, aardige, nuchtere mensen, mooie riviertjes, heel veel droogte, prachtige vergezichten, mooie oude kerkjes en andere karakteristieke gebouwen in kleine dorpen en geweldige fietsroutes. Bergen oprijden is mooi, maar eraf is misschien nog mooier. Over smalle weggetjes met veel overhangend groen met een duizelingwekkende snelheid afdalen is haast verslavend. Om het peloton te zien stopten we in Bernadets , een klein dorpje op 10 minuten rijden van Pau. Het hele dorp was uitgelopen, kinderen zaten uren geduldig te wachten, picknickmanden vol heerlijke streekproducten en flessen du vin werden uitgestald en met familie en/of vrienden, buren verorberd.
Ook wij mochten aanschuiven bij een Pyreneese boer, een soort Kor Berghuis (Kor Col de la Maison) en meegenieten van de producten uit zijn rieten mand. De opvallend geduldige kinderen veranderden in kleine, gretige monstertjes op het moment dat de reclamekaravaan het dorpje inreed. Vanuit vrolijke, kleurige, maar veel te snel rijdende gogomobielen worden snoepjes en kleine presentjes naar de hebberige kinderhandjes gegooid, waarna een waar gevecht begint om een zakje met vijf Haribo- snoepjes. De kleinsten winnen het gevecht meestal, maar nog een overeenkomst met Het Hogeland: er wordt ook vaak gedeeld.
Het peloton kwam met hoge snelheid door het dorpje gesneld en ondanks diverse demarrages, waaronder één van Niki Terpstra, werd het in Pau een massasprint die werd gewonnen door Fransman Arnaud Dèmare.
Op de terugweg naar de camping even gezonde boodschappen doen bij een Carrefour. Wat een zooitje, het leek wel een gevangenis met allemaal langgestaften. Een half dronken kerel wilde voordringen om nog een anderhalve liter fles drank af te rekenen, dat was zelfs even spannend, maar naast overeenkomsten zijn er ook verschillen tussen mensen van het Franse hogeland en Hogelandsters. Die laatst genoemden zijn veel groter en kunnen veel kwader kijken, vooral als ze moe en hongerig zijn en de hele dag in de brandende zon hebben gestaan.
Op de camping gelijk de plattegronden op de grond en de monsteretappe van vrijdag bestuderen. De keus viel op een plekje zoeken op de Col de Aubisque, een verschrikkelijke, zeer aansprekende berg.
De volgende morgen, vrijdag 26 juli, eerst tent afbreken en om 08.00 uur richting de Col, half uurtje rijden, dus ruim op tijd. De renners zouden er rond 17.35 uur passeren.
Om half negen aan de voet van de Col, gendarmes gebaren dat de Col gesloten is voor verkeer. Discussiëren in plat Gronings heeft geen zin en ook de zelfgemaakte ‘Officiële Tour de France- perskaarten’ zorgen niet voor de gewenste doorgang. Alle toegangswegen bleken gesloten, de gendarmes onverbiddelijk en zelfs de vrouwelijke gendames kunnen de meest charmante glimlach weerstaan, dan maar naar de finish in Laruns, een geweldige keuze!
Auto op een parkeerplaats,  100 meter lopen en daar hing de ‘vod’. Voor de niet wielrenkenners: een rode vlag die aangeeft dat de laatste kilometer begint. Even met de ‘vod’ op de foto en daar sta je dan om 09.00 uur, wetend dat de renners omstreeks 17.30 uur aankomen. Even in het zonnetje liggen, bergen fotograferen, met een aantal Nederlanders praten en de ‘Officiële’ Tour de France- perskaarten verbeteren. Cameratassen mee, perskaarten aan ‘Op Roakeldais’- linten om de nek en op naar de eerste controle. Haha, voorbij. De tweede controleur leek niet echt overtuigd, maar loop maar door, jongens van Het Hogeland. Controle drie, naar VIP- en persplein: ‘Welkom heren, u kunt daar iets eten en drinken, de briefing begint om 14.00 uur, haha.
En daar sta je dan, bij het grootste, jaarlijkse sportevenement van de wereld tussen (oud)-renners, ploegdirecteuren, Herman van der Zande, een spuitende en slikkende Philemon Westerling, Herbert Dijkstra,  professor Ducrot, Jalabert en Jesus Moeilijkeachternaam uit Colombia, wat een ervaring.
Op een enorm scherm was de etappe te volgen, Robert Gesink reed een fantastische etappe, net als Steven Kruiswijk. Primoz Roglic van Lotto Jumbo won deze koninginnenrit en ging 100 meter na de finish helemaal uit zijn dak. Tom duMoulin voelde zich door de winnaar genaaid en kwam briesend van kwaadheid over de finish.
Daarna was er feest voor het journaille: de meeste renners stoppen na de beschermde zone, maken een praatje, laten zich interviewen of poseren voor de zoveelste foto. Je roept naar Robert Gesink: ‘Fantastisch gereden, Robert’ en Robert zegt dan: ‘Dank je wel’, hoe mooi is dat.
En als je dan alle wielrenners hebt gezien, dan komt de wielrenner der wielrenners, Koning Peter Sagan, himself. Met een van pijn betrokken gezicht loopt hij naar de podiumwagen, maar op het podium  vergeet hij de pijn van een valpartij, zwaait, kust de rondemissen, schudt handen en laat zich toezingen door zijn fans, en dat zijn er veel, heel veel.
Op de parkeerplaats wordt nog nagepraat over de prachtige etappe, de slimmigheid van Roglic en de kwaadheid van Dumoulin, de schoonheid van de sport en de imposante bergen rondom waar grote roofvogels hun rondjes zweven op zoek naar een prooi, wat een mooi gezicht!
Wanneer de weg vrijgegeven wordt, gaat het richting Saint Pée sur Nivelle, op weg naar de allesbeslissende tijdrit. Zou Tom de Tour nog kunnen winnen? Het lijkt onmogelijk, en hoewel het wéér 170 kilometer verder naar het westen is, richting de Atlantische oceaan, gaan we in een grote colonne wielerfans, ploegbussen en ontelbare vrachtwagens van de organisatie op weg.
Om 21.30 uur kwamen we in het Frans Baskische plaatsje Espelette. De plaatsnamen in Baskenland zijn tweetalig, Frans en Baskisch Spaans. De mensen zijn, zo zou de volgende dag blijken, vriendelijk, vrijgevig en zijn, ondanks de enorme heuvels dol op fietsen. Dol op journalisten met een ‘Officiële Perskaart’ op Roakeldaispapier zijn ze niet. Tot drie keer toe wordt ons de toegang tot het al totaal afgesloten dorp geweigerd. Via een sluiproute proberen we op het parcours te komen en daar de tent ergens op te kunnen zetten. Bij de laatste poging worden we geholpen door een dorpeling. Hij zet een wegversperring aan de kant, lacht en legt uit waar de dichtstbijzijnde  camping te vinden is. We zetten, sorry, Jur zet de tent op in het donker. We eten het overgebleven voedsel op en genieten van een welverdiende nachtrust. ‘Morgen de tijdrit, morgen Tom, Steven, Primoz, Niki en Peter Sagan’ mompel ik voor het slapen. Ik droom van punaises,  een stok in het voorwiel, valpartijen en Parijs.
We nemen stelling in het plaatsje Souraïde, (Baskisch: Zuraiden) een prachtige plek waar we de renners van ver zien komen om vervolgens een pittig klimmetje te kunnen volgen.
Het is feest in het dorpje, sympathisanten van de Baskische afscheidingsbeweging maken muziek, zingen vrolijke en droevige liederen door elkaar, drinken en juichen voor iedere renner, misschien iets luider en enthousiaster bij de Baskische. Hier in Souraïde doen ze niet moeilijk, je kunt lopen waar je wilt en doen waar je zin in hebt, maar wel met respect voor de renners, die zijn haast heilig.
We kunnen op geweldige plekken filmen en fotograferen, de helden zoeven op minder dan een meter langs ons heen.
Het is de mooiste dag van de hele reis, niet alleen omdat Tom DuMoulin wint, maar ook door de Basken, net Hogelanders, echt waar!
Tom DuMoulin wint dus. We rijden zodra het mogelijk is het hele parcours, wat een hoge heuvels, wat een enorme hoeveelheid feestende mensen. Weilanden zijn omgebouwd tot feestterreinen: er is muziek, drank, eten, zang en vrolijkheid. Dit gedeelte van Frankrijk is echt een bezoek waard, een wonderschone natuur, prachtige dorpjes, een glooiend groen landschap en nog veel meer moois.
Kun je skiën of in ieder geval goed door de hurken? Dan zit je hier helemaal goed, want een grote boodschap doen vraagt om een gedegen voorbereiding. Voor de ver gevorderden beveel ik graag onze camping aan, daar ontbreekt in wc 2 van toiletgebouw 3 een handgreep. Als je dat, zoals ik, te laat doorhebt, begint je dag met meer beweging dan een hele uitzending van ‘Nederland beweegt’ van omroep Max.
De volgende dag, zondag 29 juli is de terugreis naar Het Hogeland. Parijs laten we deze keer rechts liggen, maar één van de komende jaren staan we op de Champs-Élysées om een Nederlandse Tourwinnaar toe te juichen. Daar zijn we van overtuigd.
Veel meer foto’s in de serie boven de tekst.
Tekst + foto’s: Cees van de Meent
Film: Jur Smit

Reacties