“Kindertranen” een geschenk uit de hemel

Geheel toevallig tref ik Anneke Wallage – Wiersema op een prachtige lentemiddag op het terras van De Gouden Karper.
Ze zoekt samen met haar metgezel Aad van der Drift een plaatsje in de schaduw, ze oogt vermoeid, maar straalt toch een bepaalde voldoening uit.
Ik herken haar van een foto die was toegevoegd aan een persbericht van de gemeente Winsum; Anneke Wallage – Wiersema is de weduwe van Nol Wallage, de man die het opstel “Kindertranen” heeft geschreven.

Nol Wallage schreef het opstel, over een joods meisje dat werd weggevoerd uit kamp Westerbork begin 1946. Nol was destijds leerling van de gemeentelijke HBS in Groningen.

Of het meisje Marion in werkelijkheid is weggevoerd, in Westerbork is geweest of zelfs bestaan heeft, blijft onduidelijk, maar eigenlijk is dat ook niet belangrijk.
Dat Nol Wallage het opstel heeft geschreven om een streep onder de wrede oorlog te zetten, ligt meer voor de hand.

Vast staat dat Nols familie wel is weggevoerd vanuit Westerbork.
Zijn vader Mozes werd als eerste van het gezin opgepakt en in augustus 1942 vermoord in het concentratiekamp Auschwitz. Zijn moeder, broer en zusjes werden in maart 1943 afgevoerd naar het vernietigingskamp Sobibor, waar zij allen de dood vonden.

Anneke vertelt hoe het kwam dat haar man de oorlog kon overleven: ’’Wanneer je met je hele gezin in Westerbork zat, liet je het wel uit je hoofd om te vluchten. Wanneer er iemand vluchtte dan werden familieleden gelijk gedeporteerd en dat wilde niemand op zijn geweten hebben natuurlijk. Nol moest werken in het kamp en toen hij zag dat zijn familie werd weggevoerd had hij er niets meer te zoeken. Op een dinsdagmorgen is hij gevlucht, op een fiets met een geel plaatje met daarop “Westerbork”. Zodra hij uit het zicht was, heeft hij het plaatje eraf gehaald en weggegooid. Vervolgens is hij in Friesland ondergedoken. Na de oorlog was hij moederziel alleen. Hij ging naar de HBS, ging vervolgens studeren, we trouwden en kregen drie kinderen.
Over die ellendige tijd in de oorlog werd nooit gesproken. Zijn lijfspreuk was: het verleden is voltooid verleden tijd, je moet vooruit kijken. Natuurlijk was dat voor mij en de kinderen moeilijk. Nol vertelde nooit iets en wij vroegen nooit. Nooit waren er emoties bij Nol, in ieder geval toonde hij die niet. Wel denk ik dat de gruwelen uit de oorlog zijn hele leven beheerst hebben en dat van ons erbij. Nol had wel een doos met privé-spullen, maar het was een onuitgesproken afspraak dat ik daar niet aan zou komen.

Ook nadat mijn man overleden was in 1987 vond ik het vreselijk moeilijk om die doos te openen. Het voelde haast als een inbreuk op zijn privacy, zelfs nu hij er niet meer was en zo bleef de doos lange tijd gesloten.

Na verloop van tijd werd het tijd om de doos te openen, niet uit nieuwsgierigheid maar als afronding. Mijn dochter Inge en ik vonden toen het opstel “Kindertranen” en onder andere een Davidsster. We lazen het opstel, telkens weer, en het ontroerde, het ontroerde ons zeer diep. Was dit opstel de manier waarop Nol de streep onder zijn oorlog wilde trekken; had hij hiermee de kracht gekregen om door te gaan; had hij met het schrijven zijn bevrijding gevonden; was hij zo los gekomen?

Ik liet het opstel lezen aan Jan Regtien die veel deed voor de Joodse Erfenis Winsum. Het opstel raakte ook hem diep. Jan vond het eigenlijk zo mooi, goed en belangrijk dat meer mensen dit zouden moeten lezen dat hij opperde om er een boekje van te laten drukken. Ik heb daar heel erg over getwijfeld. Ik vroeg me steeds maar weer af of het wel mocht, of Nol dit wel gewild zou hebben. Onze dochter Inge is ook erg bezig met het verleden van haar vader en zij vond het wel een goed idee en zo verscheen het opstel in een klein boekje. Nu hebben we een nieuwe oplage gedrukt en we hebben 700 scholieren in de gemeente Winsum zo’n boekje gegeven. Ik heb ze samen met Aad afgeleverd en dat was vermoeiend, niet alleen lichamelijk maar ook emotioneel is het toch zwaarder dan ik had bedacht. De reacties van de kinderen maakten veel goed. Ik ben nu toch wel blij dat zoveel mensen het indrukwekkende en aangrijpende opstel kunnen lezen, er over zullen praten en er misschien iets van zullen leren.”

Ik keek haar bewonderend aan, in een uur had ze mijn hart gestolen, een lieve, dappere vrouw. Ze heeft zoveel en zolang getwijfeld of haar man Nol deze aandacht wel zou willen, ze werd er haast radeloos van. Om dan toch de beslissing te nemen om het opstel aan een groter publiek te laten lezen, daar is moed voor nodig. Dan zet je de onzekerheden opzij, je richt je op en vertelt. Je vertelt het verhaal van een jongen, die niet over zichzelf wil of kan praten, maar een verhaal vertelt over een meisje, een weerloos, mooi klein meisje dat weggaat en niet meer terugkomt.

Vandaag is het Dodenherdenking, ik hoop dat velen even aan dit artikel zullen denken.
Morgen is het Bevrijdingsdag, dat we in vrijheid leven hebben we te danken aan mensen als de heer Nol Wallage en Anneke Wallage – Wiersema.
Wij kunnen pas weten wat vrijheid is, wanneer ons verteld wordt wat gevangenschap is. Vrijheid geef je door.
Dank je wel Nol Wallage en Anneke Wallage – Wiersema.
WinsumNieuws bedankt Aad van der Drift voor zijn medewerking

Reacties